Duurzame Troonrede 2018

Op 4 september 2018 sprak Volkert Engelsman, directeur en oprichter van Eosta / Nature & More, de Duurzame Troonrede uit in De Tweede Kamer. In Trouw verscheen een sterk ingekorte versie van de lezing onder de titel: "Duurzame Troonrede: 'Alles draait om winst. Maar laten we dan wel netjes rekenen.'" Hieronder kunt u de volledige toespraak nalezen, waarin Engelsman niet alleen spreekt over de noodzaak om eerlijk te gaan rekenen, maar ook over karma als businessmodel, de kracht van de menselijke ontmoeting, de impact van biologische landbouw op onder andere klimaat en waterbeheer, en de noodzaak om tegen de stroom in te zwemmen. 

Lotgenoten,

Wat een schitterend idee van Marjan Minnesma om de duurzame troonrede te beginnen met …’lotgenoten’! Dat kan natuurlijk iets zwaars hebben, zo van: we lijden samen onder de enorme ecologische en sociale rampspoed die op ons af dendert. En wat kan ik daar nou in m’n eentje aan doen. Maar zo is ‘lotgenoten’ natuurlijk niet bedoeld. Dan zou je het over lijderschap met een lange ij hebben. Leiderschap met een korte ei begint met zelfleiderschap. Met het initiatief om je lot zelf in handen te nemen en niet af te wachten. Door ecologische problemen te zien als een spiegel waarin we onszelf tegenkomen. Een wake-up call om fundamenteel anders naar de drijfveren van onze economie te kijken. Door lotgenoten zoals hier aanwezig op te zoeken en daarmee het verschil te maken. Ieder op zijn eigen unieke manier. Zodat we kunnen worden wie we zijn. Ubuntu noemen ze dat in Zuid-Afrika. Ik ben omdat wij zijn. En, even niet vergeten: verandering gaat nooit uit van een volgende meerderheid, maar altijd van een doel-gedreven trendsettende minderheid. Daar is dus ook een zekere rebelsheid voor nodig waartoe ik hier graag wil oproepen. Alleen dooie vissen gaan met de stroom mee.


Oude winstdefinitie als laatste obstakel
We leven in een periode van grote potentieel disruptieve veranderingen. We lopen met klimaat, biodiversiteit, water en bodem tegen grenzen op die niemand meer kan negeren. Evenmin als de grote sociale spanningen die daaruit voortkomen. Dat prikkelt een wereldwijde wil tot verandering die zich niet laat tegenhouden. Ook niet door Trump of andere populistische, veelal angst-gedreven ‘eigen belang eerst’ krachten. En er lukken ook dingen. Johan Rockström van het Stockholm Resilience Centre betoogt in een onlangs gepubliceerd artikel in Nature dat de verduurzaming in de landbouw inmiddels een kritisch momentum heeft gekregen, waardoor een echte omslag onomkeerbaar wordt. Het inzicht is er, beleidsmaatregelen staan in de steigers, maar één obstakel blijft weerbarstig: het autisme van onze economie. Het autisme van een kosten- en winstdefinitie die nog geen rekening houdt met de maatschappelijke kosten. 

Kate Raworth beschrijft in haar boek Doughnut Economics ons economische systeem als een koekoeksjong dat zich in de samenleving heeft genesteld en parasiteert op de mensheid en de planeet. Ze bepleit een economie die binnen de grenzen van de planetary overshoot en social shortfall blijft.

Karma als businessmodel
Onlangs was ik onderweg in Bhutan, een geïsoleerd koninkrijkje aan de voet van de Himalaya’s met een unieke visie op economie. Centraal daarin staat het begrip karma. In hun visie zijn steen, plant, dier, mens één en ondeelbaar met elkaar verbonden. Alles wat je doet heeft in die visie gevolgen voor het geheel. Tijdens je leven bouw je karma op en dat bepaalt hoe je volgende leven er uit ziet. Wat we de ander of de planeet aandoen komt vanzelf bij ons terug. Voor degenen die nu in paniek raken: het is maar een werkhypothese. Maar wel een fascinerende. Laten we wel wezen, we gaan de problemen niet oplossen met het denken waaruit ze zijn voortgekomen (Einstein). Dus een beetje nieuw denken kan geen kwaad. Wat je een ander aandoet, doe je jezelf aan. Dat biedt een compleet nieuw perspectief op onze economie: winst ten koste van iets of iemand anders is dan niet efficiënt want de ellende komt vanzelf bij jou terug. De kluit belazeren is jezelf belazeren. Karma als business model. Het is maar een idee.

Happiness Index als inspiratiebron
In 2012 mocht ik namens IFOAM, de wereldwijde koepel voor biologische landbouw, een forum leiden op de Rio+20 VN-top over duurzame ontwikkeling. Daar leerde ik de premier van Bhutan kennen, Jigmi Thinley. Zoals u ongetwijfeld weet meten ze welvaart daar aan de hand van een Gross National Happiness Index. Wij zouden het hier een Duurzaamheids- of integrale welvaartsindex noemen. Naast economische wordt daarmee ook ecologische, sociale en culturele welvaart in kaart gebracht. 

Toen Monsanto de Bhutanese markt op wilde, zeiden daar: Namasté, laten we even samen de checklist doorlopen. Gentech, pesticiden, monocultuur, uitkruisingsrisico’s, dure zaden, derde-wereld boeren nog afhankelijker van eerste-wereld patenthouders... Nope, sorry rekent niet, maar kom vooral terug als je iets hebt wat beter scoort op onze index, fijne dag.

Toen ik door die schitterende Bhutanese natuur en cultuur reed, vroeg ik me af wat het verband zou zijn tussen die Happiness Index en onze westerse discussies rond bredere-welvaart definities en True Cost Accounting. In een restaurant in Thimphu raakte ik in gesprek met een jonge kelner. Ik vroeg hem wat hij daar nou van vond, van die Happiness Index. Nou, daar wist hij toevallig niet zoveel van, maar zijn kleine zusje wel, die had net haar studie Actuariële Wetenschappen aan een Indiase universiteit afgerond. 

Zo ontmoetten we Tutu, een vrolijk en razendslim meisje met een wiskundeknobbel even groot als haar idealen. Zij zocht naar manieren om die als wereldvreemd beschouwde geluksindicator om te rekenen naar geld, want alleen dan, helaas, kan de oude economie er iets mee. Ik zat met een vraag en ik kwam Tutu tegen. Zo werken die dingen. Dus tegenwoordig logeert ze elk weekend bij mijn gezin, studeert zij in Tilburg, loopt stage bij EY en onderzoekt het verband tussen de Bhutanese Happiness Index, de Sustainable Development Goals en de diverse westerse True Cost Accounting modellen. Alles wat er aan econometrische wereldvreemdheid in Rotterdam rondloopt, verbleekt bij de visie van zo’n meisje uit Bhutan. 

Bhutan is niet het enige land dat met een verbreed welvaartsbegrip bezig is. In mei 2018 heeft het CBS de allereerste Monitor Verbrede Welvaart gepubliceerd, waarin voor het eerst verder wordt gekeken dan het Bruto Nationaal Product. Volgens het CBS gaat het goed met die verbrede welvaart, op een paar puntjes na. Ik ben benieuwd. Het zou zo maar kunnen dat we nog wel wat van die Happiness Index kunnen leren. 

Een failliet model
Ondertussen denderen we blind door de grenzen van Kate Raworth’s planetary boundaries en social shortfalls. Daarmee ondermijnen we ons vermogen om in de toekomst te kunnen produceren. Penny wise – pound foolish. In onze verslaving aan korte termijn winst lijken we met z’n allen op een junkie die in een winstroes zijn eigen vitaliteit afbreekt.

Toch raar… Niemand wordt ’s ochtends wakker wordt met het idee: laten we vandaag eens het klimaat om zeep helpen, of wat kleuters in Azië aan het werk zetten. En toch gebeurt het. Iedere dag. Systeemfoutje heet dat. Kennelijk zijn we er aan toe om een aantal fundamentele waarden in ons marktsysteem te integreren, die we als mensheid nodig hebben. People? Planet? Ubuntu? Karma?
Het oude winstmodel is in ieder geval failliet. We hadden afgesproken dat het zou gaan over people, planet, profit. Maar uiteindelijk wint profit altijd. We blijven pompen, zegt Ben. Maar we doen tegelijk ook een beetje aan planet en people, voor het jaarverslag. Inclusief dubbelzijdig printen. Sommige ondernemers proberen echt te verduurzamen, zoals Paul Polman van Unilever, maar die worden snoeihard terug gefloten door hun aandeelhouders zoals pensioenfondsen en verzekeringen. Wijzelf dus, want dat zijn wel mooi onze pensioenen.

Duurzaamheid dringt door in  financiële wereld
Er is één groot verschil met enkele jaren terug. Iets is nu echt fundamenteel anders. Namelijk dat de financiële wereld er inmiddels volop mee bezig is. Met duurzaamheid. Met het herzien van de winstdefinitie. Met het herijken van financiële risico analyses. Neem bijvoorbeeld Blackrock, de grootste investeringsmaatschappij ter wereld. Die neemt nu sociale en planetaire duurzaamheidscriteria mee in zijn investeringsbeoordelingen. Doe je niks aan people en planet dan riskeer je tenslotte je vermogen om in de toekomst winst te kunnen maken. De Natural en Social Capital Coalition bouwt aan protocollen voor nieuwe balansen en verlies & winst rekeningen waarin ook verantwoording afgelegd wordt over het gebruik van natuurlijk en sociaal kapitaal. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s, dat de kredietwaardigheid van grote multinationals en van landen beoordeeld, heeft onlangs Trucost overgenomen, een bedrijf dat zich specialiseert in monetarisatie van maatschappelijke kosten. De Financial Stability Board, het toezichthoudend orgaan van de financiële markt, heeft de Taskforce for Climate Related Financial Disclosures opgericht die evenals onze eigen Nederlandse Bank klimaat stress tests doorvoert om klimaat gerelateerde investeringsrisico’s in kaart te brengen. Duurzaamheid begint door te dringen in de RAROC ratio’s van de financiële sector (risk adjusted return on capital). 

De fossiele reserves die de olie- en gasindustrie op de balans heeft staan vertegenwoordigen een potentiele broeikasgasuitstoot van 2.500 gigaton. Er mag nog maximaal 500 gigaton de lucht in als we de planeet binnen twee graden opwarming willen houden. Dat is één vijfde. De overige vier vijfde kan je dus eigenlijk niet verkopen. In economische termen heet dat: stranded assets. Bye bye AAA-rating. 

Ondertussen laat de Nederlandse staat zijn burgers volgens Follow the Money tot 25 keer zoveel energiebelasting op fossiele brandstoffen betalen als grootverbruikers. Met andere woorden, de burgers mogen de klimaatschade van Shell betalen. Naast die twee miljard dividend voor buitenlandse aandeelhouders natuurlijk. Shell kan dat niet zelf, want die krijgt straks geen geld meer op de kapitaalmarkt.

Tot nu toe lijkt dit vooral over klimaat te gaan. Maar de logische vervolgstappen zijn dat de financiële sector ook het risico van bodemverarming, watervervuiling, biodiversiteitsverlies, aantasting van de gezondheid en ander maatschappelijke risico's gaat meewegen in hun risico analyses. Want die hangen natuurlijk allemaal met elkaar samen. Duurzaamheid is niet meer het exclusieve domein van de groene sector. Duurzaamheid breekt uit de groene bubbel en begint in te dalen in het DNA van de economie.    

Landbouw, klimaat en water
Dan nog iets over landbouw en voeding, de wereld waar ik ooit als ondernemer ben ingerold. Een paar feiten: 33% procent van alle broeikasgasuitstoot wordt veroorzaakt door landbouw, voeding en bosbouw. We verliezen 30 voetbalvelden aan vruchtbare landbouwgrond per minuut als gevolg van intensieve landbouw. Volgens de Franse overheid kost het 54 miljard euro per jaar om de vervuiling van het Franse grondwater met pesticiden en kunstmest ongedaan te maken.

De totale verborgen kosten van de voedselproductie worden door de FAO geraamd op 2.100 miljard dollar aan milieukosten en 2.700 miljard aan sociaal-maatschappelijke kosten. 4.800 miljard per jaar. Dat is bijna net zoveel als de totale inkomsten uit de voedselproductie wereldwijd. Voedsel zou dus twee keer zo duur zou moeten zijn, als je de werkelijke kosten in rekening wil brengen. 

Eerder dit jaar was ik in Zuid-Afrika op bezoek bij een van onze biologische druiventelers Eddie Redelinghuys, vlakbij Kaapstad. Op dat moment heerste er een soort noodsituatie in de Kaap. Day Zero, dat was het schrikbeeld dat boven de horizon hing… de dag dat er geen water uit de kraan zou komen.

Ik was dus enigszins verbaasd toen ik Eddie op zijn boerderij tussen smaragdgroene wijnranken en volle druiventrossen aantrof. Enigszins, want ik wist dat biologische landbouwgrond beter tegen droogte bestand is dan gangbare grond. Maar de situatie overtrof mijn verwachtingen. Eddie vertelde me dat hij zijn gangbare buurman elke dag van water voorzag, want die had zijn irrigatiequotum allang opgebruikt.

Het verschil zit in het organische stofgehalte en de structuur van de bodem. Eddie gebruikt geen kunstmest, maar diverse groenbedekkers en compost. Door zijn geraffineerde landbewerking  neemt het bodemleven en het organische stofgehalte toe en daarmee de sponswerking van de grond. Daarmee bespaart hij op de zanderige Afrikaanse bodem tot 60% op zijn watergebruik.

Dit soort observaties zouden een stevige wake-up call moeten zijn voor onze beleidmakers. Met een duurzamere landbouw die bewezen water-smart is, kunnen we miljarden op watergebruik en waterzuivering besparen.
Biologische landbouw is waarschijnlijk niet alleen water-smart maar ook soil-smart, climate-smart, biodiversity-smart, health-smart is. Hoe mooi zou het zijn als we die duurzaamheidsimpact niet alleen zouden kunnen meten, managen en vermarkten – wat we met ons eigen Nature & More traceerbaarheidsmerk al jaren doen – maar ook zouden kunnen monetariseren. 

True Cost Accounting in food & farming
Zo ontstond het initiatief om samen met ons dochterbedrijf Soil & More Impacts, de FAO, EY, de Natural Capital Coalition, IFOAM, TEEB en Triodos Bank een pilootproject op te zetten onder de naam "True Cost Accounting in Food, Farming and Finance". Aan de hand van één en hetzelfde duurzaamheidsdashboard wilden we de maatschappelijke kosten in kaart brengen. Per hectare voor de boer, per kilo product voor de consument en per verlies & winstrekenig voor onze onderneming en bijbehorende stakeholders. Om het vooral pragmatisch te houden en makkelijk op te kunnen schalen, pasten we de 20/80 regel toe: we selecteerden 20% van alle relevante duurzaamheidsindicatoren die 80% van de impact bepalen.

In 2017 konden we de uitkomsten van dat rapport in Wales presenteren aan Prins Charles en in Stockholm aan Peter Bakker, directeur van de World Business Council for Sustainable Development. Het leek alsof we een zenuw in de tijdsgeest geraakt hadden, zo overweldigend waren de reacties.

Uit de berekeningen bleek onder andere dat biologische appels 19 cent per kilo gezonder zijn dan conventionele appels. Puur door het verschil in pesticide residuen. Op basis van rekenmodellen van de WHO. Maar ook voor de bodem, water, klimaat en andere indicatoren zagen we verschillen tussen biologisch en gangbaar, soms grote, soms kleinere. Maar een ding was duidelijk: de geëxternaliseerde kosten van de biologische producten die we onderzochten waren substantieel en structureel lager. 

Bio is niet te duur, gangbaar is te goedkoop
Onder de slogan ‘Bio is niet te duur, gangbaar is te goedkoop’ hebben we vervolgens een Europa- brede communicatie campagne opgetuigd met diverse supermarktketens. Een degelijk True Cost Accounting rapport is natuurlijk belangrijk voor ondernemers en beleidsmakers, maar nog mooier is het als je die informatie all the way naar het winkelschap kan brengen. De consument, de ‘sleeping giant’ heeft recht op dit soort informatie en keuzevrijheid. Geef je hem die keus niet dan is het logisch dat hij in de beruchte race to the bottom mee gaat op zoek naar de laagste prijs ten koste van people & planet. 

Geen duurzaamheid zonder transparantie. Geen maatschappelijke meerwaarde zonder economische tegenprestatie. Of zoals een boer laatst bij een bijeenkomst in De Rode Hoed zei: Hoe kan ik groen worden als ik rood sta.

Voeding en landbouw in 2040
Met dank aan de transitie coalitie voedsel sluit ik graag af met de volgende wens.

In 2040 eet heel Nederland lekker, gezond en duurzaam. Alle relaties en transacties in de land- en tuinbouw vinden dan plaats op basis van: volledige transparantie, true value en eerlijke marktverhoudingen.
Vanuit die principes leidt Nederland ook de omslag in de internationale markt. Het credo dat Nederland tot de grootste exporteurs van voedsel behoort is dan volledig vervangen door: Nederland wereldvoorbeeld van duurzaam, transparant en gezond.

Concreet:
- Het humusgehalte van onze bodems is dan weer op peil
- Grondwater wordt niet meer vervuild door kunstmest, landbouwchemicaliën of medicijnresiduen
- Biodiversiteit is hersteld en wordt gekoesterd als belangrijkste indicator voor veerkracht in de landbouw
- Landbouw en voeding gerelateerde broeikasgasemissies zijn gereduceerd tot nul, onze bodems zijn weer een carbon sink
- Alle externe maatschappelijke kosten én baten van de voedselproductie zijn volledig zichtbaar, gemonetariseerd en verrekend in de kostprijs, uiteraard ondersteund door fiscale prikkels en wetgeving
- Artsen geven patiënten eerst een gedegen voedingsadvies voordat ze pillen voorschrijven
- Leefstijlbegeleiding is een belangrijk onderdeel van het basispakket in de zorg
- Supermarkten zijn uitgegroeid tot lokale gezondheidscentra waar geen bocht meer wordt verkocht
- Kennis van natuurlijk-, sociaal- en spiritueel kapitaal is vast bestanddeel van het curriculum van iedere business school, evenals de bijbehorende monetarisatie modellen

Punt in de verte, maten erbij zoeken en gas op die lolly. Dream, Dance, Deliver noemen we dat in onze tent. Waar een wil is, is een omweg.

Lotgenoten, ik dank u voor uw aandacht.

Volkert Engelsman

U bent hier