Waarom hebben we transparantie nodig?

De wereldmarkt is anoniem: in het schap van de supermarkt en het rek van de kledingwinkel krijg je niets te zien over de herkomst van de producten die je koopt. Dankzij "perverse prikkels" worden er kleren gemaakt met kinderarbeid in Aziatische naaiateliers, garnalen geteeld in verwoeste mangrovebossen, fruit verkocht dat restanten van meer dan tien pesticiden bevat. Maar als consument merk je daar niets van.

Het ordinaire prijsgevecht

Door de anonimiteit van de wereldmarkt blijven deze menselijke en ecologische drama's meestal onzichtbaar. Bij het winkelschap van de supermarkt en het rek van de kledingwinkel merk je er allemaal niks van. Wat niet weet, wat niet deert. Alles draait alleen nog om de prijs. Totdat er weer een documentaire wordt uitgezonden die consumenten de rampzalige waarheid toont; zodat de producent gedwongen wordt om duurzamer te gaan werken.

Supermarkten en groothandels hebben er baat bij om de anonimiteit en uniformiteit in stand te houden. Als alle paprika's er hetzelfde uitzien, kan de inkoper de producenten (boeren) tegen elkaar uitspelen en de laagste prijs afdwingen. Zo komt het dat boeren hun producten vaak onder de kostprijs moeten verkopen. 

De inkoop van voedingsmiddelen in Europa is hoofdzakelijk in handen van slechts zes reusachtige inkooporganisaties; tegenover deze organisaties hebben de boeren nauwelijks macht. Door het prijsgevecht worden de boeren gedwongen om steeds grootschaliger en goedkoper te gaan werken; wat leidt tot een verschraling van het bedrijf, het werk van de boer, het landschap, de natuur, de bodem en de maatschappij.

Anonimiteit en perverse prikkels

De economische, ecologische en financiële crisis van de afgelopen jaren maakt duidelijk dat er fundamentele ontwerpfouten schuilen in ons huidige economische systeem. Anonimiteit gaat hand in hand gaat met perverse incentives, ofwel "perverse prikkels". Dit zijn financiële prikkels die leiden tot ongewenste gevolgen voor de maatschappij. Zo brachten bonussen Amerikaanse bankiers in verleiding om zoveel mogelijk leningen voor vastgoed uit te schrijven, met als gevolg de wereldwijde kredietcrisis. De rekenmodellen die banken hanteren bij kredietverstrekking en het mechanisme van de beurs drijven bedrijven ertoe om kosten af te wentelen, ofwel te externaliseren. Dit betekent dat de schade die aan het ecosysteem of aan de maatschappij wordt berokkend, wordt afgewenteld op andere delen van de wereld of op de verre toekomst.

Perverse prikkels verleiden bedrijven en werknemers ertoe om de negatieve gevolgen van hun productie voor de maatschappij, het ecosysteem en de gezondheid voor lief te nemen of te negeren. Zo worden er kleren gemaakt met slavenarbeid in Aziatische naaiateliers en fruit geteeld dat restanten van meer dan tien pesticiden bevat. Soms wordt hiervan iets zichtbaar. Maar de meeste uitbuiting vindt plaats zonder dat wij er iets van merken - in de anonimiteit van de wereldmarkt. De kosten komen uiteindelijk wel bij de overheid - dus bij ons - terecht. Bijvoorbeeld kosten voor waterzuivering, voor grondreiniging, voor armoedebestrijdingsprojecten, etc.

Overheidsbeleid en wetgeving doen tegenwoordig weinig om dergelijke mechanismen tegen te gaan en werken ze soms regelrecht in de hand. De lobby van het internationale bedrijfsleven is bijzonder krachtig en zorgt ervoor dat het systeem in stand wordt gehouden. Van overheid en regelgeving hoeven we de oplossing niet te verwachten. In plaats moeten we het ergens anders zoeken: in transparantie. 

U bent hier