Biologisch, is dat nou echt beter?

Naarmate biologische voeding populairder wordt, zijn er vaker aanvallen op biologische landbouw te beluisteren vanuit de hoek van de industriële lobby. Dat is te verwachten, maar is het ook terecht? Babyboomers als Louise Fresco en Aalt Dijkhuizen bezingen de lof van intensieve landbouw, genetische modificatie en de agro-industrie. Ondertussen kiezen hippe twintigers massaal voor biologisch en "zelf doen". Wat zijn de feiten, wat zegt de wetenschap, en wat zit er achter deze generatiekloof?

Praktisch bekeken

De meeste top-koks en vooraanstaande tv-koks zoals Jamie Oliver werken bij voorkeur met biologische producten. Consumenten kiezen graag voor biologisch en zien de hogere prijs als grootste drempel. Boeren die zijn omgeschakeld naar biologische landbouw, beleven meer voldoening in hun werk. Beheerders van landgoederen en natuurgebieden kiezen bij voorkeur voor een biologische boer als pachter. Vrijwel elke consument die een volkstuintje of moestuintje begint, kiest voor een biologische aanpak.

De generatiekloof

In de tegenstelling tussen de houding van mensen als Dijkhuizen en Fresco en de twintigers van de Youth Food Movement is een botsing van grondhoudingen te zien. In de milieufilosofie is grondhouding een belangrijk begrip. Het staat voor de manier waarop mensen kijken naar de verhouding tussen mens en natuur. Volgens milieufilosoof Matthijs Schouten zijn er door de geschiedenis heen zeven grondhoudingen aan te wijzen. De twee grondhoudingen die we op dit moment zien botsen, zijn die van de "heerser" en die van de "participant".

De "participant"

In de grondhouding van de participant wordt de mens niet als heerser, maar als onderdeel van de natuur gezien. Dat is de grondhouding die de huidige mens het meeste aanspreekt, zeker de jongeren. Deze grondhouding is opgekomen sinds de jaren '60. In de wetenschap ontstond het inzicht dat ecosystemen sterk verbonden zijn en dat samenwerking in de natuur minstens zo belangrijk is als "de strijd om te overleven." Wetenschappers als Lynn Margulis toonden dit aan met harde bewijzen. In deze tijd kreeg de biologische landbouw, in de jaren '20 begonnen als splinterbeweging, een nieuwe impuls. Langzamerhand ontstond het inzicht dat de mens kan samenwerken met de natuur om het ecosysteem in stand te houden of zelfs te verrijken.

De kernvraag

De vraag die veel mensen zich stellen is: "Is biologisch nu beter of niet?"

Je kunt deze vraag op verschillende manieren beantwoorden: vanuit de wetenschap, vanuit de ethiek, of vanuit de ervaringspraktijk als boer, consument of kok.

Wetenschappelijk bekeken

Kranten pakken graag uit met een kop als "Bio is goed fout" (Trouw, 22 september 2013). In zulke artikelen komt vaak een wetenschapper aan het woord, die geen wetenschappelijke argumenten gebruikt. Meestal gebruikt hij deze redenering: "We moeten meer mensen voeden, dus moeten we meer produceren. Om meer te produceren, moeten we meer intensieve landbouw bedrijven. Dus biologisch is niet goed."

In deze redenering zitten een hoop dubieuze aannames verborgen. Een betere redenering is volgens ons:

In de toekomst moeten mensen zichzelf wereldwijd kunnen voeden, ook in de generaties die nog komen. Dus moeten we zorgen dat de aarde vruchtbaar blijft en dat de biodiversiteit en de vruchtbare bodems in stand worden gehouden en waar mogelijk hersteld. Daarom moeten we biologische landbouw bedrijven.

Voor meer verdieping:

"De heerser"

In de grondhouding van de "heerser" ziet de mens zichzelf als meester over de schepping, die met zijn intelligentie zijn wil oplegt aan de natuur. In deze visie worden mens en natuur als gescheiden grootheden ervaren. Deze grondhouding past bij de generatie van de babyboomers, die net na de Tweede Wereldoorlog is geboren. In reactie op de honger en schaarste van de oorlog werden alle kaarten gezet op maximale voedselproductie. Er heerste een optimistisch geloof in technologie en wetenschap. Natuur en cultuur werden even genegeerd. In deze tijd zijn in heel Europa talloze historische stadsdelen afgebroken om plaats te maken voor snelwegen en winkelcentra. Ook het platteland werd radicaal gemoderniseerd met veel chemicaliën, machines en fossiele brandstof. Het gevolg was een enorme sprong in de voedselproductie. De nadelige gevolgen voor de aarde werden vanaf de jaren '60 steeds duidelijker, tot op de dag van vandaag.

Van heerser naar participant

Rachel Carson publiceerde in 1962 het boek "Silent Spring", waaruit bleek dat de schadelijke effecten van pesticiden tot duizenden kilometers afstand en ver in de toekomst doorwerken. Het begon mensen op te vallen dat er minder vlinders en salamanders waren. Als reactie onstond de roep om natuurbehoud: men begon stukken natuur te isoleren, door er een hek omheen te zetten. In deze "oplossing" zie je eigenlijk nog de oude grondhouding: mens en natuur worden tegenover elkaar geplaatst. Ondertussen ging in de landbouw de chemische aanpak gewoon door. De kwalijke gevolgen van deze scheiding tussen cultuur en natuur zijn inmiddels overal zichtbaar. Veel ecosystemen zijn aangetast en de Westerse maatschappij wordt geplaagd door een epidemie van psychiatrische ziekten, obesitas en suikerziekte. De nieuwe generatie beseft echter dat mens en natuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een beweging als de Youth Food Movement zoekt naar de basis van ons natuurlijke bestaan en naar levenskwaliteit. Wetenschap en bedrijfsleven worden  nog steeds gedomineerd door de generatie van de "heerser". Maar naarmate de oudere generatie plaats maakt voor de jongere, is te verwachten dat de nieuwe grondhouding terrein zal winnen.

U bent hier