Wat doet een biologische boer in de praktijk?

Het is algemeen bekend dat er in de biologische landbouw géén pesticiden, kunstmest en gentechnologie gebruikt worden. Maar daarmee heb je nog niet uitgelegd wat biologische landbouw dan wél is. De biologische boer past allerlei slimme technieken toe om mooie producten te kunnen leveren op een duurzame manier. De biologische aanpak vraagt om veel kennis van en aandacht voor alle levensprocessen op een boerenbedrijf, zowel boven als onder de grond.

Het belang van bodems

Biologische bodems bevatten veel meer biodiversiteit, hebben  een betere waterhuishouding en slaan meer organisch materiaal op - dat heeft een gunstige invloed op het klimaat, maar ook op onze bestendigheid tegen klimaatverandering. Biologische boeren die goed gebruik maken van kringlopen, groenbemesting en die weinig fossiele brandstof gebruiken, kunnen zelfs een negatieve CO2-emissie bereiken, dat betekent dat ze netto koolstof opslaan in de bodem!

Het belang van gezonde bodems voor de toekomst van de mensheid kan onmogelijk overschat worden; zie ook www.saveoursoils.com.

Akkerbouw en fruitteelt

In de biologische akkerbouw en fruitteelt begint en eindigt alles met een gezonde, levende bodem. Biologische groenten en fruit staan daarom altijd met hun wortels in de grond. Ook in de kasteelt. De wortels zoeken in de grond naar voedingsstoffen waardoor ze zich tot sterke planten ontwikkelen in een natuurlijk tempo. Dat komt ten goede aan de smaak en kwaliteit.

Dierenhouderij

De biologische landbouw wordt door dierenorganisaties breed erkend als de meest diervriendelijke vorm van landbouw. Zij streeft naar gezonde en weerbare dieren, die op een manier worden gehouden die zoveel mogelijk aansluit bij hun natuurlijke aard. Biologische dieren krijgen meer stalruimte, uitloop naar buiten en hun lichaam wordt niet verminkt: kippen mogen hun snavelpunten houden, varkens mogen hun krulstaarten houden. Het gebruik van hormonen en preventieve antibiotica is verboden.

Voorbeeld: de honingbij

Bij landbouwdieren denk je al snel aan koeien en varkens. Maar ook de honingbij is een landbouwdier. Ze worden gehouden voor honing, bijenwas, en voor de bestuiving van fruitbomen en vele groentesoorten.
 
Honingbijen vervullen een essentiële schakel in de voedselvoorziening. Naar schatting 1/3 van al het eten op aarde is afhankelijk van de bestuiving door bijen. Einstein zou gezegd hebben: "Als de bij van het aardoppervlak verdwijnt, heeft de mens nog maar vier jaar te leven."
 
Het gaat de laatste jaren erg slecht met de honingbijen: ze sterven bij bosjes. Dit komt waarschijnlijk door een combinatie van drie oorzaken: grootschalig gebruik van insecticiden in de landbouw, afgenomen biodiversiteit, en de verspreiding van bijenziektes t.g.v. de globalisering. Ook de manier waarop bijen worden gehouden, speelt waarschijnlijk een belangrijke rol. Honingbijen komen in Nederland sinds de jaren '80 niet meer in het wild voor. Ook met 500 wilde bijensoorten gaat het slecht. De grondlegger van de biologisch-dynamische landbouw, Rudolf Steiner, waarschuwde in het begin van de 20e eeuw al voor de gevolgen van het ontstaan van de kunstmatige imkerij (rond 1910). Hij voorspelde dat het enthousiasme hierover geen 100 jaar zou duren.
 
Met biologische landbouw worden twee van de drie oorzaken van bijensterfte aangepakt: biologische landbouw zorgt voor grotere biodiversiteit, en er worden geen chemische middelen gebruikt. Biologische en biologisch-dynamische imkers gaan bovendien op een andere manier met hun bijen om. Daarom initieeerde Nature & More in 2012 de campagne "Bijen houden van biologisch", waarbij 400.000 zakjes biologisch bloemenzaad werden uitgedeeld.

Naar schatting 1/3 van al het eten op aarde is afhankelijk van de bestuiving door bijen

Compost!

De biologische boer gebruikt geen kunstmest, maar natuurlijke bemesting zoals compost om de bodem vruchtbaar te houden. Kunstmest veroorzaakt op den duur bodemverarming, doordat het bodemleven langzaam afneemt. Compost zorgt juist voor een levende bodem met veel biodiversiteit. Hierdoor verbetert de bodemstructuur en het waterhoudend vermogen, terwijl erosie en uitspoeling worden tegengegaan. Volgens wetenschappelijk onderzoek wordt er met biologische landbouw aanzienlijk meer koolstof in de bodem worden opgeslagen dan met conventionele landbouw, wat een positief effect heeft op het klimaat en bijzondere kansen biedt voor klimaatdoelen.

Natuurlijke vijanden en landschapselementen

In plaats van chemische bestrijdingsmiddelen maakt de boer zo veel mogelijk gebruik van natuurlijke vijanden om schadelijke dieren in toom te houden: bijvoorbeeld lieveheersbeestjes en oorwurmen tegen luizen, of mezen tegen rupsen. Hij kan de natuurlijke vijanden kopen bij gespecialiseerde bedrijven, maar hij kan ze ook zelf aantrekken door middel van bloemstroken, houtwallen, kikkerpoelen, nestkastjes of stukjes wilde natuur op zijn land. Dit alles betekent dat een biologische boer of teler doorgaans zeer veel aandacht voor en kennis over de gewassen, de bodem en het dierlijk leven op zijn bedrijf moet hebben. Biologische landbouw is kennisintensief.

Groene bodembedekkers en groenbemesting

Groene bodembedekking betekent dat de boer de bodem niet onbegroeid laat of kaal maakt (zoals in de conventionele fruitteelt vaak gebruikelijk is), maar er nuttige planten laat groeien. Hiermee voorkomt hij erosie, verdamping en uitspoeling. Als bodembedekker gebruikt hij bij voorkeur groenbemesters zoals grasklaver, luzerne of andere vlinderbloemigen: deze planten halen stikstof uit de lucht en slaan het in de grond op in de vorm van kleine knolletjes, zodat er minder bemesting van bovenaf nodig is. Met hun diepe wortelactiviteit maken ze fosfaat en andere voedingsstoffen vrij in de ondergrond. Ook granen en kruiden kunnen nuttig, omdat ze met hun diepe wortels de bodemstructuur verbeteren. De zaden van deze bodembedekkende planten vormen weer voedsel voor vogels en andere dieren, zodat deze bij het fruit vandaan blijven.

Mulch

In boomgaarden in droge, zonnige gebieden (zoals die van Nature & More teler Warren Bam in Zuid-Afrika) past de boer vaak mulching toe: daarbij spreidt hij een dikke laag stro of ander plantaardig restmateriaal over de bodem tussen de planten of bomen uit. De mulch wordt van onderaf langzaam afgebroken door het bodemleven en verrijkt de grond met organisch materiaal. Dankzij de mulchlaag droogt de grond minder snel uit, en wordt het fruit of het gewas bovendien beschermt tegen opspattende modder.

Robuuste rassen

De biologische boer probeert plagen en ziektes te voorkomen, in plaats van ze te bestrijden. Hij heeft daarom voorkeur voor robuuste rassen met een goede natuurlijke weerstand, die minder gevoelig zijn voor ziektes en schimmels. In de economische praktijk moeten boeren echter ook vaak rassen telen waar de supermarkt om vraagt, of die een grote opbrengst hebben; en dat zijn niet altijd de meest robuuste rassen. De ontwikkeling van nieuwe rassen die zowel een hoge productiviteit hebben als een grote natuurlijke weerstand, is een kostbare en tijdrovende zaak.

Vruchtwisseling

Biologische boeren doen aan vruchtwisseling: dit betekent (kort gezegd) dat elk stukje land elk jaar voor een ander gewas wordt gebruikt. Na een aantal jaar, bijvoorbeeld 4 of 6, komt een bepaald gewas weer terug op hetzelfde stuk grond. Door de vruchtwisseling blijven de bodem en de planten vitaal en krijgen insecten en allerlei andere organismen zoals schadelijke grond-aaltjes geen kans om zich tot een plaag te ontwikkelen. Hoe groter het oppervlak waarop je één gewas teelt, hoe groter de kans op ziekten en plagen, hoe belangrijker de vruchtwisseling. Een alternatief voor vruchtwisseling is intercropping, waarbij boeren verschillende soorten gewassen door elkaar telen, zoals in permacultuur wordt gedaan. Deze vorm van landbouw is echter minder geschikt om te mechaniseren en op commerciële schaal toe te passen. In boomgaarden, waar het niet mogelijk is om aan vruchtwisseling te doen, laten biologische boeren vaak groene bodembedekkers groeien, zoals gras en klaver. Dit kan je ook als een vorm van intercropping zien.

U bent hier